Jeugd
In Spijkenisse bestaat ongeveer een derde deel van de inwoners uit jeugdigen tot en met 23 jaar. Met de meeste jeugdigen in Spijkenisse gaat het goed. Voor 10-15% geldt dat het minder goed of zelfs slecht gaat. Deze jongeren met problemen hebben ruggensteun nodig. Hier ligt primair een taak voor de ouders. Daarnaast behoort de overheid daar waar noodzakelijk een aanvulling te bieden. Het bieden van effectieve ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien is hierbij het uitgangspunt. Speciale aandacht en ondersteuning voor de jeugd in problemen wordt gegeven via instrumenten als de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG), de Regionale Sluitende Aanpak (ROSA-methodiek), de maatschappelijke stages, het jongerenloket, het Elektronisch Kind Dossier (EKD) en het programma Communities that Care (CTC). Kortom, er wordt veel geïnvesteerd in de jeugdproblematiek.
De LPF wil meer aandacht en geld voor de groep jongeren waarmee het wél goed gaat in Spijkenisse. Het meeste geld dat aan de jeugd wordt uitgegeven gaat naar de 10-15% die problemen heeft of voor problemen en overlast zorgt.
► De LPF wil naast extra aandacht voor jeugdproblematiek ook voldoende voorzieningen voor alle jongeren, dus ook voor de 85% waar het wel goed mee gaat.
► De LPF wil een overdekt kinderspeelparadijs laten realiseren.
► De LPF wil een nieuwe discotheek.
► De LPF wil een betere facilitering en goede voorwaarden voor de organisatoren van feesten.
Door het hoge percentage kinderen dat in Spijkenisse in een uitkeringsgezin leeft, moet het Sport- en Cultuurfonds ruimer toegepast gaan worden. Door het hoge percentage kinderen dat als achterstandsleerling beschouwd kan worden, is er extra inzet nodig op het terrein van Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE).
De gemeente moet zich dus goed voorbereiden op de nieuwe Wet Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie, die per 1 augustus 2010 in werking treedt.
► De LPF wil het Sport- en Cultuurfonds ook toepassen voor het schoolfonds.
De ouderen van nu zijn de jongeren van toen. Soms is ‘jongerenoverlast’ ook te duiden als een generatieconflict. De opvattingen over sociaal gedrag, omgangsvormen en onderlinge verhoudingen lopen ver uiteen en kunnen gemakkelijk leiden tot botsingen en conflicten. Daarbij zetten de ouderen zich af tegen de jongeren en andersom. Dagelijkse irritaties kunnen leiden tot conflicten waarbij ouderen en jongeren elkaar veroordelen en niets met elkaar te maken willen hebben. Als mensen nauwelijks contact met elkaar hebben, komen ze erg snel tegenover elkaar te staan en kan iets kleins uitgroeien tot een groot conflict. Zo kan in buurten een negatieve spiraal ontstaan van actie en reactie tussen oud en jong, waar de betreffende partijen op eigen kracht niet meer uitkomen. Gemeenten en instellingen moeten stimuleren dat oudere en jongere buurtbewoners in plaats van langs of tegenover elkaar te leven, mét elkaar gaan leven.
► De LPF wil jongeren-ouderenwerkers generaties dichter bij elkaar laten brengen.
Weinig communicatie, veel wantrouwen en weinig acceptatie en tolerantie tussen jong en oud is een van de belangrijkste oorzaken van de overlastproblemen. Dat is voor tachtig procent de verantwoordelijkheid van de direct betrokken ouderen en jongeren zelf. Een adequate oplossing ligt dan ook in hun handen. De beide ‘groepen’ hebben daarbij een even grote rol. Conflicten kunnen alleen in onderlinge samenspraak worden opgelost. Ouderen en jongeren moeten daadwerkelijk bepaalde normen handhaven, beter met elkaar communiceren en investeren in een betere onderlinge verstandhouding, zodat ze elkaar durven aanspreken op irritant of normovertredend gedrag en ze conflicten samen kunnen oplossen.
Als partijen bij elkaar komen om hun conflict uit te praten, problemen te onderkennen en oplossingen te zoeken, dan vloeien daaruit vanzelf de noodzakelijke maatregelen en afspraken voort. Zoiets als een JOP of Sport- en Speelplein vormt dan een sluitstuk. Binnen deze werkwijze krijgen de buurtgebruikers een betrekkelijk sturende rol en treden professionals meer bemiddelend en coachend op.
► De LPF wil een jeugdraad en een seniorenraad die met eigen initiatieven en adviezen kunnen bijdragen aan een effectief overlastbeleid en een beter leefklimaat.






