Lokale Politieke Federatie Spijkenisse

Sociale zaken en werkgelegenheid

speerpunt-sozaweUitgangspunt is dat iedereen naar vermogen meedoet in de samenleving, bij voorkeur via betaalde arbeid, en hiermee in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. De nadruk wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Wie kan werken, moet werken of anders naar school. Wie geen betaald werk kan krijgen of aankan, moet vrijwillig aan de slag. En wie hulpbehoevend is, krijgt hulp, maar moet wat hij nog wel kan zo veel mogelijk zelf doen. Als mensen ondersteuning nodig hebben, moeten ze dat dus in eerste instantie in hun eigen omgeving proberen te vinden. Pas als dat niet lukt of als die ondersteuning te weinig soelaas biedt, kunnen zij een beroep doen op de (lokale) overheid. Er moet gestreefd worden naar ieders hoogst haalbare niveau van participatie. Participatie wordt onder meer ingevuld met het verrichten van vrijwilligerswerk.

Mensen die bedoeld of onbedoeld misbruik maken van de gemeentelijke sociale zekerheid, door bijvoorbeeld inkomen of vermogen te verzwijgen, maar ook mensen die onvoldoende meewerken aan het verkrijgen van een baan, moeten op een effectieve en efficiënte manier worden opgespoord en gecorrigeerd. Werk gaat boven inkomen en de inzet van de gemeente moet liggen op het activeren van mensen om weer aan het werk te komen. Werk verschaft niet alleen inkomen, maar zorgt ook voor betrokkenheid bij de samenleving. Een betaalde baan is de beste sociale voorziening.

► De LPF wil een strengere controle op bijstandsfraude en een effectiever participatiebeleid.

In een fatsoenlijke samenleving worden plichten en verantwoording niet afgeschoven op een ander. Sociale voorzieningen zijn (tijdelijke) hulpmiddelen en dienen als vangnet voor wie het op eigen kracht niet meer redt. Dus eerst proberen zelfredzaam en onafhankelijk te blijven en dan pas hulp inroepen.

Voor hulpbehoevenden en voor mensen voor wie arbeid om duidelijke redenen niet mogelijk is, moeten alle basisvoorzieningen optimaal gebruikt worden.

► De LPF wil een tegenprestatie voor uitkering waar mogelijk.

► De LPF wil meer solidariteit met werkenden en een beperking van het sociaal isolement door persoonlijke ontplooiing.

► De LPF wil de armoedeval voorkomen door een betere glijdende schaal voor armoede- en minimavoorzieningen.

In periodes van economische recessie is het van groot belang om iedereen actief te houden. Meer investeren in het laten behalen van een startkwalificatie door bijscholing, her- en omscholing en/of het laten volgen van een gerichte opleiding, vergroten de kansen op de arbeidsmarkt. Om de aansluiting optimaal te kunnen maken, worden afspraken gemaakt met samenwerkingspartners binnen het Arbeidsmarktbeleid, zoals de ROC’s en het UWV.

Gedurende een recessie moeten ondernemers meer ondersteuning krijgen van de gemeente. De drempel om aan te kloppen bij de gemeente moet laag zijn en blijven. Dit kan onder meer worden bereikt door het geven van extra aandacht voor de ondersteuningsmaatregelen en meer aandacht te geven aan de mogelijkheden voor financiële bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz).

Gedurende een recessie is er sprake van een toename van de werkloosheid en van een groter beroep op bijstand, schuldhulpverlening en armoederegelingen. Wanneer extra formatie nodig is, moet deze worden ingezet. De uitvoering van budgetbeheer en begeleiding moet worden geïntensiveerd door extra budgetcursussen aan te bieden. De gemeente moet zich met ketenpartners inzetten voor maximaal gebruik van de minima- en armoedevoorzieningen.

 
U bevind zich hier: Home >> Sociale zaken en werkgelegenheid

LPF op Twitter